Algemene Voorwaarden Rent One

Begripsomschrijving
In deze voorwaarden wordt verstaan onder: voertuig: het voertuig of de andere zaak, die (mede) het onderwerp is van de huurovereenkomst;
huurder: de natuurlijke persoon of rechtspersoon die als huurder de huurovereenkomst sluit; verhuurder: de natuurlijke persoon of
rechtspersoon die als verhuurder de huurovereenkomst sluit; consument: de huurder die een natuurlijk persoon is en de huurovereenkomst
niet heeft gesloten in de uitoefening van beroep of bedrijf; schade van de verhuurder: de vermogensschade die verhuurder lijdt ten gevolge
van:
– beschadiging (waaronder ook begrepen een toestand van het voertuig of van onderdelen daarvan die niet past bij normale slijtage) of
vermissing van het voertuig of van toebehoren daarvan (onder meersleutel, alarminstallatie, documenten zoals kentekenpapieren en
grensdocumenten) of onderdelen daarvan. Tot deze schade behoren onder meer de kosten van vervanging van (onderdelen van) het voertuig
en de derving van huurinkomsten;
– met of door het voertuig aan persoon of goed toegebracht nadeel, waarvoor de verhuurder, de kentekenhouder of de
aansprakelijkheidsverzekeraar van het voertuig jegens derden aansprakelijk is.
Onder bovenhoofdse schade: schade van de verhuurder veroorzaakt door aanrijding met het deel van het voertuig dat zich op een hoogte
van meer dan 1.90 meter boven de grond bevindt of door aanrijding met op het voertuig bevestigde zaken die zich op meer dan 1.90 meter
boven de grond bevinden; bestuurder: de feitelijk bestuurder van het voertuig; schriftelijk: in geschrift of elektronisch; WAM: Wet
Aansprakelijkheidsverzekering Motorrijtuigen.

I. GENERIEKE BEPALINGEN
Artikel 1 – Toepasselijkheid

  1. Deze Algemene Voorwaarden zijn van toepassing op alle overeenkomsten van huur en verhuur van voertuigen, inclusief eventuele
    accessoires die tussen verhuurder en huurder worden gesloten.

Artikel 2 – Het aanbod

  1. Verhuurder brengt een aanbod schriftelijk of mondeling uit naar keuze van de huurder.
  2. Het aanbod is gedurende 14 dagen onherroepelijk behalve in het geval van onvoldoende beschikbaarheid.
  3. Het aanbod bevat een volledige en nauwkeurige omschrijving van de huurtermijn, de huursom en de mogelijk bijkomende
    kostenelementen. Tevens wordt vermeld de hoogte van het eigen risico, de eventuele afkoopmogelijkheid van het eigen risico en de
    eventuele waarborgsom of andere wijze van zekerheidstelling.
  4. Het aanbod vermeldt de openingstijden van het bedrijf en het telefoonnummer waarop het bedrijf te bereiken is.
  5. Het aanbod vermeldt de wijze van betaling en de wijze van zekerheidstelling.
  6. Het aanbod gaat indien redelijkerwijs mogelijk vergezeld van een exemplaar van deze Algemene Voorwaarden. Is dit niet mogelijk dan
    worden de algemene voorwaarden bij het sluiten van de overeenkomst alsnog ter hand gesteld.

Artikel 3 – De overeenkomst

  1. De overeenkomst komt tot stand door aanvaarding van het aanbod. Een mondelinge overeenkomst dient schriftelijk te worden bevestigd
    door de verhuurder.
  2. De huurovereenkomst wordt aangegaan voor de periode en het tarief zoals op de huurovereenkomst is vermeld of anderszins is
    overeengekomen. De huurovereenkomst vermeldt tevens het tijdstip van begin en einde van de huurperiode.
  3. Indien van toepassing vermeldt de huurovereenkomst het op grond van artikel 9 lid 7 overeengekomen maximumbedrag met verwijzing
    naar de in artikel 12 lid 2 van deze algemene voorwaarden opgenomen aansprakelijkheidsbeperking.

Artikel 4 – De prijs en de prijswijzigingen

  1. De huursom en de eventuele bijkomende kostenelementen zoals prijs per kilometer worden vooraf overeengekomen evenals de eventuele
    bevoegdheid tot tussentijdse prijswijziging. De verhuurder draagt er zorg voor dat de huursom op deugdelijke wijze op de huurovereenkomst
    vermeld staat.
  2. Als binnen drie maanden na het sluiten van de overeenkomst een prijswijziging optreedt, zal deze geen invloed hebben op de
    overeengekomen prijs. De consument heeft recht op ontbinding van de overeenkomst als ná drie maanden na het sluiten van de
    overeenkomst maar voordat de huurperiode is aangevangen de prijs wordt verhoogd, tenzij bij de overeenkomst bedongen is dat de
    huurperiode later dan drie maanden na de overeenkomst zal aanvangen.
  3. Het tweede lid is niet van toepassing op prijswijzigingen die uit de wet voortvloeien zoals die ter zake van BTW.
  4. Vaststelling van het aantal gereden kilometers geschiedt aan de hand van de kilometerteller, tenzij de kilometerteller defect is geraakt.
    Het na het optreden van het defect aan de kilometerteller gereden aantal kilometers wordt op de meest gerede wijze vastgesteld. Het
    hiervoor bepaalde over de kilometerteller is van overeenkomstige toepassing op de PTO- en koelmotor-bedrijfsurenteller.
  5. Gedurende de huurperiode zijn de aan het gebruik van het voertuig verbonden kosten, zoals tolgelden, Eurovignet en de kosten voor
    brandstof, reiniging en parkeren voor rekening van huurder.
  6. Onverminderd diens gehoudenheid tot schadevergoeding indien daartoe gronden bestaan, kunnen huurder geen kosten in rekening
    gebracht worden die niet overeengekomen zijn.

Artikel 5 – De huurperiode en de overschrijding van de huurperiode

  1. Huurder is verplicht het voertuig uiterlijk op de dag en op het tijdstip waarop de huurperiode eindigt, aan het in de huurovereenkomst
    vermelde bedrijf en adres of aan het nader overeengekomen adres terug te bezorgen. Verhuurder is verplicht het voertuig, tijdens
    openingstijden, in ontvangst te nemen.
  2. Het voertuig mag slechts met toestemming van de verhuurder worden teruggebracht buiten openingstijden en/of op een andere plaats
    ter beschikking worden gesteld.
  3. Afspraken over het eerder terugbrengen van het voertuig binnen de overeengekomen huurperiode zijn vrijblijvend.
  4. Indien het voertuig niet na afloop van de eventueel verlengde huurovereenkomst is ingeleverd op de afgesproken wijze, is verhuurder
    gerechtigd het voertuig onmiddellijk terug te nemen. De uit deze overeenkomst voortvloeiende verplichtingen van huurder blijven van kracht
    tot het moment dat het voertuig weer in het bezit is van verhuurder.
  5. Indien huurder het voertuig niet tijdig heeft ingeleverd, is verhuurder gerechtigd de huurder 20% van de daghuurprijs in rekening te
    brengen voor elk uur waarmee de huurperiode wordt overschreden. Na overschrijding met 5 uur kan per dag tot 11⁄2 keer de daghuurprijs in
    rekening worden gebracht, onverminderd de verplichting van huurder tot vergoeding van door verhuurder geleden en te lijden schade. Als
    het feitelijk blijvend onmogelijk is om het voertuig te retourneren dan wordt geen verhoogde huurprijs in rekening gebracht. De verhoging
    van de huurprijs geldt niet indien huurder aantoont dat de overschrijding van de huurtermijn het gevolg is van overmacht.

Artikel 6 – Annulering

  1. Indien een overeenkomst wordt geannuleerd, is de huurder de volgende annuleringskosten verschuldigd:
    – bij annulering vanaf de 5e dag (inclusief) tot de dag van verhuur: 20% van de huursom; bij annulering op de dag van verhuur of later: 50%
    van de huursom.
  2. Annuleringen buiten kantooruren worden geacht te zijn verricht op de eerstvolgende kalenderdag.

Artikel 7 – Betaling

  1. Alleen voor huurovereenkomsten waarvan de huurperiode binnen drie maanden aanvangt, kan vooruitbetaling tot 50% van de huursom
    worden gevraagd. Bij aanvang van de huurperiode kan betaling van een waarborgsom worden verlangd.
  2. De waarborgsom wordt geretourneerd onder verrekening van de nog openstaande kosten zodra het voertuig is ingeleverd, tenzij er sprake
    is van schade van de verhuurder. In geval van schade van de verhuurder wordt de waarborgsom geretourneerd voor zover deze het bedrag
    waarvoor huurder aansprakelijk is, overschrijdt. Deze retournering zal plaatsvinden zodra duidelijk is dat van een dergelijke overschrijding
    sprake is. Indien er slechts sprake is van schade aan het voertuig, zal de retournering in ieder geval plaatsvinden binnen 2 maanden; indien
    er (ook) sprake is van schade aan derden, binnen 6 maanden.
  3. Ingeval de schade van de verhuurder is veroorzaakt door derden en verhuurder de schade volledig op deze derden verhaald heeft, zal de
    waarborgsom binnen 14 dagen na het verhaal van de schade worden geretourneerd. Verhuurder zal zich inspannen om schade veroorzaakt
    door derden zo spoedig te verhalen. De verhuurder houdt de huurder op de hoogte van de ontwikkelingen.
  4. Tenzij anders is overeengekomen, dient betaling van de huursom onmiddellijk na afloop van de huurperiode te geschieden. Betaling van
    andere bedragen dient te geschieden binnen tien dagen na ontvangst van de betreffende factuur. De consument dient het verschuldigde
    bedrag te betalen vóór het verstrijken van de betalingsdatum. Doet hij dat niet, dan zendt de ondernemer na het verstrijken van die datum
    een kosteloze betalingsherinnering en geeft de consument de gelegenheid binnen veertien dagen na ontvangst van deze
    betalingsherinnering het openstaande bedrag alsnog te betalen.
    Als na het verstrijken van de betalingsherinnering nog steeds niet is betaald, is de ondernemer gerechtigd rente in rekening te brengen vanaf
    het moment van verzuim. Deze rente is gelijk aan de wettelijke rente. Door een partij te maken gemaakte gerechtelijke en buitengerechtelijke
    kosten om betaling van een schuld af te dwingen, kunnen aan de wederpartij in rekening worden gebracht. De hoogte van deze kosten is
    onderworpen aan (wettelijke) grenzen. Daarvan kan in het voordeel van de consument worden afgeweken.

 

Artikel 8 – Verplichtingen huurder

  1. Onverminderd het onderstaande dient huurder met het voertuig om te gaan zoals een goed huurder betaamt en ervoor te zorgen dat het
    voertuig overeenkomstig zijn bestemming wordt gebruikt. Zo is het huurder verboden het voertuig te gebruiken op een circuit dan wel op
    een terrein waarvoor het voertuig niet geschikt is of op een terrein waarvan huurder of bestuurder te kennen is gegeven dat betreding
    daarvan op eigen risico is.
  2. Huurder is gehouden het voertuig in oorspronkelijke staat bij verhuurder terug te bezorgen. Dit houdt onder meer in dat huurder verplicht
    is eventuele door of namens hem aangebrachte veranderingen en toevoegingen aan het voertuig ongedaan te maken, en wel in een zodanige
    mate dat hij het voertuig weer in de oorspronkelijke staat bij verhuurder kan terugbezorgen. Huurder kan hiervoor geen enkel recht op
    vergoeding doen gelden.
  3. Huurder is gehouden de lading van het voertuig op zorgvuldige wijze te borgen.
  4. Alleen personen die in de huurovereenkomst als bestuurder zijn aangeduid, mogen het voertuig besturen. Het is huurder niet toegestaan
    het voertuig ter beschikking te stellen aan een persoon die niet als bestuurder is vermeld op het huurcontract. Huurder dient er zorgvuldig
    op toe te zien dat geen van de in de huurovereenkomst als bestuurder aangeduide personen het voertuig bestuurt indien deze daartoe
    onbevoegd is of kennelijk geestelijk of lichamelijk ongeschikt is.
  5. Het is huurder niet toegestaan het voertuig te verhuren.
  6. Het is huurder niet toegestaan het voertuig te gebruiken voor rijles of voor vervoer van personen tegen betaling anders dan ten behoeve
    van ‘carpooling’, of met het voertuig wedstrijden, snelheids-, rijvaardigheids- of betrouwbaarheidsproeven te houden.
  7. Het is huurder niet toegestaan het voertuig buiten de landsgrenzen van Nederland te brengen, tenzij schriftelijk anders is overeengekomen
    met verhuurder.
  8. In geval van voor huurder kenbare of waarneembare schade of defecten aan het voertuig, is het huurder niet toegestaan het voertuig te
    gebruiken indien dat kan leiden tot verergering van de schade of van de defecten, of tot vermindering van de verkeersveiligheid.
  9. Huurder is verplicht de verplichtingen en verboden van dit artikel op te leggen aan bestuurder, passagiers en andere gebruikers van het
    voertuig en toe te zien op de nakoming daarvan.
  10. Huurder dient onder meer zorgvuldig om te gaan met de bij het voertuig behorende sleutels, de bediening van de alarminstallatie en de
    bij het voertuig behorende documenten (zoals het kentekenbewijs en de grensdocumenten)

Artikel 9 – Instructies voor de huurder

  1. Huurder dient het oliepeil en de bandenspanning op niveau te (laten) houden en dient gevolg te geven aan een oproep van verhuurder
    om het voertuig voor onderhoud aan te bieden. Een dergelijke oproep van verhuurder zal zo tijdig gedaan worden dat huurder daaraan
    redelijkerwijs kan voldoen. Bij huurperioden van een maand of korter zal verhuurder huurder niet verplichten het voertuig voor regulier
    onderhoud aan te bieden.
  2. Huurder is gehouden het voertuig schoon te retourneren. Bij niet-nakoming van deze verplichting kunnen de schoonmaakkosten in
    rekening worden gebracht, met een minimum van € 25,- (inclusief BTW).
  3. Huurder dient de door verhuurder aangegeven voor het voertuig geschikte brandstof te tanken met, indien vereist, de door verhuurder
    aangegeven vereiste toevoegingen.
  4. In geval van voor huurder kenbare of waarneembare defecten, schade aan of met het voertuig toegebracht of vermissing van het voertuig
    is huurder verplicht:

    • hier zo spoedig mogelijk melding van te maken;
    • de instructies van verhuurder op te volgen;
    • gevraagd en ongevraagd alle inlichtingen en bescheiden die op de gebeurtenis betrekking hebben aan verhuurder of aan diens verzekeraar
      te verstrekken;
    • het voertuig niet achter te laten zonder het behoorlijk tegen het risico van beschadiging of vermissing beschermd te hebben;
    • de verhuurder en door de verhuurder aangewezen personen alle gevraagde medewerking te verlenen ter verkrijging van schadevergoeding
      van derden of als verweer tegen aanspraken van derden.
  5. Bij ongevallen, beschadiging of vermissing is huurder daarnaast verplicht:
    • melding te doen bij de politie ter plaatse;
    • zo spoedig mogelijk een volledig ingevuld en ondertekend schadeaangifteformulier aan verhuurder over te leggen;
    • zich van erkenning van schuld in enigerlei vorm te onthouden.
  6. Huurder is verplicht de verplichtingen en verboden van dit artikel op te leggen aan bestuurder, passagiers en andere gebruikers van het
    voertuig en toe te zien op de nakoming daarvan.
  7. Het is huurder niet toegestaan met het voertuig zaken te vervoeren met een gezamenlijke waarde van meer dan €2.000,-, tenzij anders is
    overeengekomen.
  8. Huurder dient verhuurder zo spoedig mogelijk te informeren over:
    • verstoring van de werking van de kilometerteller, de tachograaf, de snelheidsbegrenzer of de PTO- en koelmotor- bedrijfsurenteller zodra
      huurder er redelijkerwijs vanuit mag gaan dat er sprake is van een verstoring;
    • verbreking van het verzegelplan van het brandstoftoevoersysteem zodra huurder er redelijkerwijs vanuit mag gaan dat er sprake is van een
      verbreking;
    • het optreden van een gebeurtenis waardoor schade aan, met of door het voertuig ontstaat of redelijkerwijs kan ontstaan;
    • defect raken van het voertuig;
    • vermissing van of anderszins verlies van de macht over het voertuig, onderdelen en toebehoren daarvan;
    • beslaglegging op het voertuig;
    • en over andere omstandigheden waarover verhuurder redelijkerwijs geïnformeerd dient te worden.
  9. Indien verhuurder inlichtingen aan autoriteiten dient te verstrekken over de identiteit van de persoon die op enig moment het voertuig
    heeft bestuurd of gebruikt, dient huurder in verband daarmee gestelde vragen van verhuurder zo spoedig mogelijk te beantwoorden.

Artikel 10 – Verplichtingen verhuurder

  1. De verhuurder levert het voertuig met de overeengekomen accessoires en specificaties en voorzien van de in Nederland verplichte
    uitrusting, schoon, goed onderhouden, met een volledig gevulde brandstoftank en, voor zover verhuurder kenbaar is of zou moeten zijn, in
    technisch goede staat af.
  2. Indien geen voertuig uit de overeengekomen categorie geleverd kan worden, zal op verzoek van huurder een upgrade in categorie voertuig
    plaatsvinden zonder dat hiervoor extra kosten in rekening kunnen worden gebracht. Aan een verzoek om een upgrade kan niet worden
    voldaan indien het overeengekomen voertuig zich reeds in de hoogste categorie bevindt.
  3. Verhuurder stelt samen met huurder voorafgaand aan de verhuur een rapport op waarbij eventuele schade die zich al aan het voertuig
    bevindt, wordt aangegeven.
  4. Verhuurder overhandigt huurder voorafgaand aan de huurperiode de vereiste documenten.
  5. Verhuurder dient ervoor te zorgen dat er in het voertuig een Nederlandstalige instructie aanwezig is, alsmede een overzicht van
    telefoonnummers waar huurder zich binnen en buiten openingstijden kan melden.
  6. Verhuurder vermeldt duidelijk op de auto bij voorkeur in de nabijheid van de brandstofvulopening welk type brandstof plus eventuele
    toevoegingen voor het voertuig moet worden gebruikt.
  7. In de Nederlandstalige instructie wordt vermeld op welke niveaus het oliepeil en de bandenspanning dienen te worden gehouden.
  8. Verhuurder draagt zorg voor adequate pechhulp zowel in Nederland als in het buitenland. Pechhulp in het buitenland geldt alleen als is
    afgesproken dat het voertuig ook in het buitenland gebruikt mag worden.
  9. Onder adequate hulp wordt in ieder geval verstaan dat er vervangend, zoveel mogelijk gelijkwaardig, vervoer wordt aangeboden door de
    verhuurder indien het voertuig wegens een tekortkoming voor reparatie moet worden aangeboden en de geschatte reparatieduur langer
    dan twee werkdagen is. Indien pech het gevolg is van eigen schuld, dan worden de kosten van de hulp niet door verhuurder vergoed.
  10. Verhuurder inspecteert het voertuig direct bij inlevering door huurder op eventuele schade. Dit geldt zowel bij inlevering van het voertuig
    bij de eigen vestiging als bij inlevering van het voertuig op een andere vestiging.

Artikel 11 – Aansprakelijkheid van de huurder voor schade

  1. Huurder is in geval van schade van de verhuurder per schadegeval aansprakelijk tot het op het huurcontract vermelde eigen risico.
  2. Indien de schade evenwel is ontstaan ten gevolge van handelen of nalaten in strijd met artikel 8, is huurder volledig aansprakelijk voor
    schade van de verhuurder, tenzij hij bewijst dat dit handelen of nalaten hem niet toerekenbaar is of volledige vergoeding naar de maatstaven
    van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn.
  3. Indien het voertuig met toestemming van de verhuurder wordt teruggebracht buiten de openingstijden van de verhuurder en/of op een
    nader overeengekomen plaats niet zijnde de bedrijfslocatie van de verhuurder ter beschikking wordt gesteld voor afhalen door de
    verhuurder, blijft huurder overeenkomstig het eerste of tweede lid aansprakelijk voor de schade van de verhuurder ontstaan tot het tijdstip
    waarop verhuurder feitelijk het voertuig heeft geïnspecteerd of heeft laten inspecteren. Verhuurder zal in de hier genoemde situaties het
    voertuig bij eerste gelegenheid inspecteren en zal huurder direct informeren indien schade is geconstateerd.
  4. Voor schade van de verhuurder die bestaat uit vermogensschade ten gevolge van met of door het voertuig aan persoon of goed
    toegebracht nadeel, waarvoor verhuurder, de kentekenhouder of de aansprakelijkheidsverzekeraar van het voertuig jegens derden
    aansprakelijk is, geldt het bepaalde in het tweede lid van dit artikel slechts indien er volgens de voorwaarden van de WAM-
    verzekeringsovereenkomst geen dekking bestaat.
  5. In geval van schade aan het voertuig in het buitenland zijn de kosten van repatriëring van het voertuig voor rekening van verhuurder, tenzij
    het tweede lid van dit artikel van toepassing is.
  6. Huurder is aansprakelijk voor gedragingen en nalaten van de bestuurder, de passagiers en andere gebruikers van het voertuig, ook indien
    deze niet de instemming van huurder hadden.

Artikel 12 – Gebreken aan het voertuig en aansprakelijkheid van de verhuurder

  1. Verhuurder is verplicht op verlangen van huurder gebreken te verhelpen, tenzij dit onmogelijk is of uitgaven vereist die in de gegeven
    omstandigheden redelijkerwijs niet van verhuurder zijn te vergen. Deze verplichting geldt niet indien huurder jegens verhuurder
    aansprakelijk is voor het ontstaan van het gebrek en/of voor het gevolg van het gebrek.
  2. Verhuurder is niet aansprakelijk voor schade aan vervoerde zaken als gevolg van een gebrek aan het voertuig voor zover de totale waarde
    van die vervoerde zaken meer bedraagt dan €2.000,-, tenzij overeenkomstig bepaalde in artikel 9 lid 7 een hoger bedrag is overeengekomen.
    Voor personenschade is verhuurder niet aansprakelijk als en voor zover de benadeelde zijn schade heeft kunnen verhalen op uitkering
    krachtens schadeverzekering of verstrekkingen uit anderen hoofde.
  3. Het bepaalde in het vorige lid geldt niet voor zover het gaat om gebreken die de verhuurder bij het aangaan van de overeenkomst kende
    of had behoren te kennen of terzake van het ontstaan waarvan de verhuurder opzet of grove schuld is te verwijten.

Artikel 13 – Overheidsmaatregelen en informatie aan autoriteiten

  1. Voor rekening van huurder zijn alle sancties en gevolgen van maatregelen die in verband met het ter beschikking hebben door huurder
    c.q. gebruiken van het voertuig van overheidswege worden opgelegd, tenzij deze verband houden met een defect dat bij aanvang van de
    huur reeds aanwezig was of de sancties verband houden met omstandigheden die in de risicosfeer van verhuurder liggen.
  2. Indien deze sancties en maatregelen aan verhuurder worden opgelegd, is huurder gehouden verhuurder op diens eerste verzoek
    schadeloos te stellen, waarbij huurder aanvullend de kosten van administratie verschuldigd wordt, met een minimum van € 25,- (inclusief
    BTW). Verhuurder dient die kosten zoveel mogelijk te beperken. Indien verhuurder in verband met enige gedraging of nalaten van huurder,
    zoals een verkeersovertreding, informatie aan autoriteiten verstrekt, is huurder gehouden de daarmee gepaard gaande kosten te vergoeden,
    met een minimum van € 10,- (inclusief BTW).
  3. Desgewenst krijgt de huurder een kopie van het officiële document waarmee de sanctie is opgelegd.

Artikel 14 – Beslag op het voertuig

  1. Ingeval van administratief-, civiel- of strafrechtelijk beslag op het voertuig blijft huurder gehouden tot nakoming van de verplichtingen van
    de huurovereenkomst, waaronder die tot betaling van de huursom, tot het moment waarop het voertuig vrij van beslagen weer in het bezit
    van verhuurder is, tenzij het beslag verband houdt met omstandigheden die in de risicosfeer van de verhuurder liggen.
  2. Huurder is gehouden verhuurder schadeloos te stellen voor alle uit het beslag voortvloeiende kosten.

Artikel 15 – Ontbinding van de huur

  1. Verhuurder is gerechtigd de huurovereenkomst zonder ingebrekestelling of rechterlijke tussenkomst te beëindigen en zich weer in het
    bezit van het voertuig te stellen onverminderd zijn recht op vergoeding van kosten, schade en rente indien:

    • huurder tijdens de huurperiode een of meer van zijn verplichtingen niet, niet tijdig of niet volledig nakomt tenzij de tekortkoming de
      ontbinding niet rechtvaardigt;
    • huurder overlijdt, onder curatele wordt gesteld, surseance van betaling aanvraagt, in staat van faillissement wordt verklaard, ten aanzien
      van hem de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen van toepassing wordt verklaard;
    • verhuurder van het bestaan van omstandigheden blijkt, die van dien aard zijn dat ware verhuurder hiervan op de hoogte geweest, hij de
      huurovereenkomst niet was aangegaan.
  2. Huurder zal alle medewerking aan verhuurder verlenen om zich weer in het bezit van het voertuig te doen stellen.
  3. Indien huurder overlijdt voordat de huurperiode aanvangt, is de huurovereenkomst zonder ingebrekestelling of rechterlijke tussenkomst
    ontbonden.
  4. Verhuurder is niet aansprakelijk voor schade ten gevolge van ontbinding op grond van dit artikel.

Artikel 16 – Klachten en Bemiddelingsregeling

  1. Klachten over de uitvoering van de overeenkomst moeten volledig en duidelijk omschreven worden ingediend bij verhuurder tijdig nadat
    huurder de beweerde tekortkomingen heeft ontdekt. Niet tijdig indienen van de klacht kan tot gevolg hebben dat huurder zijn rechten
    terzake verliest.

Artikel 17 – Geschillenregeling

  1. Geschillen tussen huurder niet handelend in de uitoefening van beroep of bedrijf en verhuurder over totstandkoming of de uitvoering van
    overeenkomsten met betrekking tot door verhuurder te leveren of geleverde diensten en zaken, kunnen zowel door huurder als verhuurder
    aanhangig worden gemaakt bij de Geschillencommissie Autoverhuur, Bordewijklaan 46, Postbus 90600, 2509 LP te Den Haag.
    (www.degeschillencommissie.nl)
  2. Een geschil wordt door de Geschillencommissie slechts in behandeling genomen, indien huurder zijn klacht eerst tijdig bij verhuurder heeft
    ingediend. Een geschil ontstaat indien de klacht van huurder niet naar tevredenheid door verhuurder is opgelost.
  3. Een huurder moet het geschil uiterlijk drie maanden na het ontstaan daarvan bij de Geschillencommissie aanhangig maken. Van een geschil
    is dan sprake nadat de klachtafhandeling door verhuurder niet heeft geleid tot een voor huurder bevredigend resultaat.
  4. Wanneer de huurder een geschil aanhangig maakt bij de Geschillencommissie, is verhuurder aan deze keuze gebonden. Indien verhuurder
    een geschil aanhangig wil maken bij de Geschillencommissie, moet hij huurder vragen zich binnen vijf weken uit te spreken of hij daarmee
    akkoord gaat. Verhuurder dient daarbij aan te kondigen dat hij zich na het verstrijken van de voornoemde termijn vrij zal achten het geschil
    bij de rechter aanhangig te maken.
  5. De Geschillencommissie doet uitspraak met inachtneming van de bepalingen van het voor haar geldende reglement. De beslissingen van
    de Geschillencommissie geschieden krachtens dat reglement bij wege van bindend advies. Het reglement wordt desgevraagd toegezonden.
    Voor de behandeling van een geschil is een vergoeding verschuldigd.
  6. Uitsluitend de rechter dan wel de hierboven genoemde Geschillencommissie is bevoegd van geschillen kennis te nemen.

Artikel 18 – Verwerking van persoonsgegevens van de huurder en van de bestuurder

  1. De persoonsgegevens die worden vermeld op het contract worden door verhuurder als verantwoordelijke in de zin van de Wet
    Bescherming Persoonsgegevens verwerkt in een persoonsregistratie. Aan de hand van deze verwerking kan verhuurder uitvoering geven aan
    artikel 13 van deze voorwaarden, de overeenkomst uitvoeren, huurder of bestuurder optimale service en actuele productinformatie geven
    en huurder of bestuurder gepersonaliseerde aanbiedingen doen. De persoonsgegevens kunnen tevens worden doorgegeven aan
    gerechtsdeurwaarders indien sprake is van tanken zonder betaling. Huurder en bestuurder kunnen om inzage en correctie met betrekking
    tot de verwerkte persoonsgegevens verzoeken en verzet aantekenen. Betreft het direct mailing, dan zal het verzet te allen tijde worden
    gehonoreerd.
  2. De in het eerste lid genoemde gegevens kunnen tevens worden opgenomen in een waarschuwing systeem voor de autoverhuurbedrijven.
    De persoonsgegevens van huurder en/of van bestuurder kunnen in ieder geval worden opgenomen indien er sprake is van verduistering van
    het voertuig, indien de huurprijs niet of niet tijdig wordt voldaan en indien er opzettelijk schade wordt toegebracht aan het voertuig.

 

Artikel 19 – Toepasselijk recht

  1. De huurovereenkomst wordt beheerst door Nederlands recht, tenzij op grond van dwingend recht het recht van een ander land van
    toepassing is.